Geschiedenis


Oorsprong

De oorsprong van deze zelfverdedigings- en vechtkunst ligt in Korea. De naam Taekwondo is afgeleid van een aantal vechtkunsten, waaronder Taekyon (택견) en het Japanse karate. Taekyeon was een vorm van zelfverdediging die rond het jaar 1800 ontstond en begin twintigste eeuw nauwelijks meer beoefend werd in Korea. Hoewel er dus enig verwantschap bestaat tussen Taekyeon en Taekwondo, is deze slechts oppervlakkig. Behalve dat in beide sporten de beoefenaars zich veel van traptechnieken bedienen zijn er verder geen overeenkomsten en verschillen de traptechnieken enorm. Men probeert vaak om Taekwondo een langere geschiedenis toe te dichten dan historisch kan worden bewezen, om zo de link tussen Taekwondo en Taekyeon in stand te houden. Taekwondo is dus echter vrij recent ontstaan.

In 1910 werd Korea door Japan bezet. Ook een deel van China werd door Japan bezet (Mantsjoerije). Deze bezetting duurde tot 1945. In die tussenperiode gingen sommige Koreanen (meestal studenten) naar Japan en kwamen daar in aanraking met Japanse vechtkunsten. Andere Koreanen gingen naar China en kwamen daar in aanraking met Chinese vechtkunsten (Chuan Fa).  Een van die vechtkunsten, waar die Koreanen les in namen, was het karate, dat op Japanse universiteiten onderwezen werd. Toen die Koreanen weer terug naar Korea keerden, begonnen ze in hun thuisland les te geven in karate onder verschillende Koreaanse namen zoals Tang Soo Do (Tang-handmethode) en Kong Soo Do (Lege-handmethode). Koreanen die les in Chinese vechtkunsten hadden gehad, noemden hun vechtkunst Kwon Bup (Vuistmethode). De vechtkunstscholen die werden gesticht werden kwans genoemd.

Generaal Choi Hong Hi

Generaal Choi Hong Hi had zich vanaf zijn 15e bekwaamd in het Taekyon en had daarna in Japan zijn zwarte band gehaald in Karate. Dit deed hij vanuit een filosofie van zelfverdediging. Na de bevrijding in 1945 kreeg Choi Hong Hi de mogelijkheid om mee te bouwen als oprichter van het Zuid Koreaanse leger. Zijn geloof en visie op een andere benadering van het aanleren van krijgskunst leidde ertoe dat hij technieken van Taekyon en Karate combineerde en een nieuwe, moderne krijgskunst ontwikkelde. Hij noemde het Tae Kwon Do, wat dus ´de weg van de voet en vuist´ betekend. Deze naam werd officieel aangenomen                   op 11 april 1955.

Door zijn positie in het leger kreeg hij de mogelijkheid om het Taekwondo zoals we nu kennen te ontwikkelen. Dat Taekwondo als internationale gevechtskunst zo kon opkomen had te maken met het feit dat mensen behoefte hadden aan iets spiritueels als tegenhanger voor het materialisme en egoïsme dat de wereld van toen kenmerkte. Mensen konden zelfvertrouwen ontlenen aan Taekwondo en konden zich verdedigingstechnieken eigen maken die zeker in gewelddadige tijden goed van pas kwamen. De superioriteit en snelheid van de Taekwondo-technieken werd in brede kring erkend.
In Korea sowieso maar ook in vele andere landen wordt Taekwondo door politie, leger en veiligheidsdiensten beoefend.